ORANJESTAD — De verklaring van Mike de Meza dat hij als onafhankelijk parlementariër verdergaat, leidt niet automatisch tot de val van het kabinet AVP–FUTURO. Wel verdwijnt daarmee de parlementaire buffer van de coalitie en wordt het conflict over het minimumloon een ernstigere bedreiging voor het voortbestaan van de regering.
De rekensom is doorslaggevend. AVP en FUTURO vormden de regering met 12 van de 21 parlementszetels: negen voor AVP en drie voor FUTURO. Door het vertrek van De Meza uit de AVP-fractie houden de twee partijen 11 zetels over: de kleinst mogelijke absolute meerderheid. Zelfs als hij tegen de regering stemt, kunnen die 11 parlementariërs voorstellen blijven aannemen, zolang zij eensgezind en aanwezig zijn. Nog één vertrek zou echter een einde maken aan die absolute meerderheid.
Politiek reikt de schade verder dan het verlies van één zetel. Op basis van de informatie van vrijdagavond legt het intrekken van de motie voor een onmiddellijke verhoging van het minimumloon de interne prijs bloot die AVP betaalt voor het voortzetten van de samenwerking met FUTURO. De beschuldiging van De Meza dat FUTURO de dienst uitmaakt, stelt het leiderschap van AVP en zijn vermogen om compromissen binnen de eigen fractie te verdedigen ter discussie.
Zijn vertrek maakt ook de drie zetels van FUTURO nog onmisbaarder. De inschatting is dat dit de onderhandelingspositie van FUTURO versterkt, terwijl de druk op de AVP-leiding toeneemt om de eigen achterban te laten zien dat samenwerking binnen de coalitie nog steeds resultaten oplevert.
Toch zijn er redenen om geen onmiddellijke kabinetsval te voorspellen. Op 2 november verklaarde Gerlien Croes dat FUTURO dialoog wilde en geen val van de regering. Op 4 november ontkende premier Mike Eman dat er sprake was van een impasse en sprak hij het vertrouwen uit dat een akkoord mogelijk was. Deze verklaringen dateren van vóór de aankondiging van De Meza, maar geven aan dat beide partijen nog naar een uitweg zochten, zoals Noticiacla berichtte.
Het risico op een breuk is toegenomen, maar er is nog onvoldoende bewijs om te concluderen dat die op handen is. De doorslaggevende vraag is of de resterende 11 coalitieleden het kabinet blijven steunen bij stemmingen over de begroting en moties van vertrouwen of wantrouwen. Dat De Meza zich onafhankelijk verklaart, maakt op zichzelf niet duidelijk hoe hij in die situaties zal stemmen.