ORANJESTAD – De Arubaanse regering heeft over de eerste zes maanden van 2026 een voorlopig positief financieel resultaat van bijna Afl. 260 miljoen geboekt. Minister van Financiën Geoffrey Wever schrijft dit toe aan hogere inkomsten, beheerste uitgaven en een economie die zich positief blijft ontwikkelen.
Tot en met 30 juni ontving de regering Afl. 1,119 miljard aan inkomsten, oftewel 56,6 procent van het bedrag dat voor heel 2026 was begroot. De uitgaven bedroegen ongeveer Afl. 860 miljoen, gelijk aan 46,3 procent van de jaarbegroting.
De directe en indirecte belastinginkomsten voor het Land Aruba bereikten Afl. 918 miljoen, een stijging van 7 procent ten opzichte van de eerste helft van 2025. De opbrengsten uit BBO/BAVP namen met 8 procent toe tot Afl. 232 miljoen. De toeristenheffing steeg met 18 procent naar Afl. 63,1 miljoen.
De winstbelasting leverde Afl. 252,4 miljoen op. Dat is het hoogste niveau voor de eerste twee kwartalen in de periode 2019–2026. Volgens Wever bevestigt dit de positieve ontwikkeling van de bedrijvigheid en de Arubaanse economie.
“Ons doel is niet alleen om goede cijfers te presenteren. Wij werken aan een solide financiële basis waarmee de regering haar verplichtingen kan nakomen, de schuld kan verlagen, de koopkracht kan beschermen en ruimte kan creëren om in de gemeenschap te blijven investeren,” verklaarde Wever.
Aruba betaalde in de eerste helft van het jaar ongeveer Afl. 345 miljoen aan schulden af. Eind juni bedroeg de totale schuld van het Land Aruba Afl. 5,022 miljard, gelijk aan 62,2 procent van het bruto binnenlands product. Dat is lager dan de 65,9 procent die in het tweede kwartaal van 2025 werd geregistreerd.
De personeelsuitgaven worden voor eind 2026 geraamd op 8,2 procent van het bbp, ruim onder de maximale LAft-norm van 10 procent.
Het positieve resultaat bleef behouden ondanks maatregelen zoals de extra maandelijkse reparatietoeslag van Afl. 150 voor gepensioneerden en de tijdelijke verlaging van de accijnzen op benzine en diesel om de druk op de kosten van levensonderhoud te beperken.
Wever waarschuwde dat de positieve cijfers geen reden zijn om de discipline los te laten. “Aruba heeft nog altijd een aanzienlijke schuld en onze economie blijft gevoelig voor internationale ontwikkelingen. Daarom blijven wij de schuld verlagen, de uitgaven beheersen en de gecreëerde ruimte gebruiken om de koopkracht, de economie en de toekomst van Aruba te versterken.”