ORANJESTAD – De vraag die de Arubaanse politiek de afgelopen weken beheerste, is beantwoord. Mike de Meza kan minister worden, maar wil onder de huidige politieke koers niet langer toetreden tot het kabinet AVP-FUTURO. Het AVP-Statenlid heeft premier Mike Eman laten weten dat hij zich niet meer beschikbaar stelt voor een ministerspost, waarbij de Rijkswet HOFA een doorslaggevende rol speelt.
Daarmee komt een einde aan een hoofdstuk dat De Meza en de regering meer dan een jaar bezighield. Tegelijkertijd kan zijn besluit het begin zijn van een ingewikkelder politiek probleem: hoe gaan AVP en FUTURO om met een prominent coalitie-Statenlid dat zich openlijk verzet tegen een belangrijk onderdeel van de koers van het kabinet?
Noticiacla wees eerder al op precies dit dilemma. Op 12 augustus bevestigde het Openbaar Ministerie dat de strafzaak tegen De Meza en zijn echtgenote was afgesloten na betaling van een transactie van Afl. 2.500. De dagvaardingen werden ingetrokken, waardoor het juridische obstakel voor een mogelijke ministeriële benoeming feitelijk verdween.
Daarmee veranderde ook de politieke vraag. Niet langer stond centraal of Mike de Meza minister kon worden, maar of hij het nog wilde.
Premier Mike Eman bevestigde destijds dat De Meza enkele dagen had gevraagd om over zijn politieke toekomst na te denken. Noticiacla wees vervolgens erop dat zijn publieke verzet tegen HOFA en zijn pleidooi voor inspraak van de Arubaanse bevolking moeilijk te verenigen konden zijn met de collectieve verantwoordelijkheid van een minister binnen een kabinet dat een andere koers volgt.
Volgens de brief van De Meza van 24 augustus heeft hij na overleg met zijn familie en mensen uit zijn directe omgeving geconcludeerd dat hij onder de huidige omstandigheden geen ministeriële verantwoordelijkheid kan dragen.
Centraal staat daarbij HOFA, de consensusrijkswet rond houdbare overheidsfinanciën. Volgens De Meza raakt de wet rechtstreeks aan de financiële en budgettaire autonomie van Aruba en moet de Arubaanse bevolking uiteindelijk zelf kunnen beslissen voordat een dergelijke beperking wordt aanvaard.
Voor De Meza gaat het daarom niet uitsluitend om financiële of technische regelgeving. Hij beschouwt het als een principiële kwestie over autonomie en verwijst daarbij naar de historische positie van AVP en eerdere generaties die voor Aruba's autonome positie binnen het Koninkrijk hebben gestreden.
De politieke tegenstelling is opvallend. Op 11 augustus feliciteerde de AVP-fractie De Meza nog publiekelijk nadat hij opnieuw ministeriabel was geworden en prees de partij zijn ervaring en kwaliteiten. Nog geen twee weken later sluit De Meza zelf de deur naar het kabinet.
Daarmee gaat de kwestie niet langer over screening, het Openbaar Ministerie of juridische geschiktheid. Wat overblijft is in essentie een politiek verschil.
De Meza blijft Statenlid voor AVP. Vanuit die positie heeft hij aanzienlijk meer vrijheid om zich over HOFA uit te spreken en te stemmen zonder gebonden te zijn aan de collectieve verantwoordelijkheid die voor ministers geldt.
Juist daar kan de volgende politieke spanning ontstaan. Wanneer AVP-FUTURO verdergaat met HOFA, kan een prominent AVP-Statenlid tegenover een belangrijk beleidspunt van de coalitie komen te staan waarvan zijn eigen partij deel uitmaakt.
Voor De Meza is de politieke ironie compleet: na meer dan een jaar waarin hij vocht tegen de obstakels die zijn ministerschap onmogelijk maakten, besluit hij juist nu de functie niet te aanvaarden nu de weg eindelijk vrij is.
Voor Mike Eman en het kabinet AVP-FUTURO is de kwestie daarmee echter niet afgesloten. De regering moet bepalen wie definitief de portefeuille krijgt die oorspronkelijk voor De Meza was bedoeld. Belangrijker nog is de vraag wat zijn besluit zegt over de eenheid binnen AVP en de verhouding met FUTURO.
De onzekerheid rond De Meza zelf is nu voorbij. Daarvoor in de plaats komt mogelijk een grotere politieke vraag: als HOFA zwaar genoeg weegt voor een prominente AVP-politicus om een ministerspost af te wijzen, hoe diep is het verschil van mening over HOFA dan werkelijk binnen de regeringscoalitie?