ORANJESTAD – Tijdens een recente uitzending van Noticiacla LIVE confronteerde journalist Tito Laclé minister van Economische Zaken Geoffrey Wever met een scherpe vraag: waarom zou de bevolking er deze keer op moeten vertrouwen dat de herontwikkeling van het voormalige Esso Lagoen-tankstation daadwerkelijk doorgaat, terwijl een eerdere regering voor hetzelfde gebouw al een project had aangekondigd dat uiteindelijk niet werd uitgevoerd?
De vraag legt de verantwoordelijkheid voor het eerdere project niet bij Wever, die geen deel uitmaakte van het vorige kabinet van Mike Eman. Wel wordt de huidige regering geconfronteerd met de voorgeschiedenis van een pand dat eerder al als ontwikkelingsproject werd gepresenteerd.
Laclé vroeg Wever wat er deze keer anders is en waarom Aruba moet geloven dat het huidige plan verder zal komen dan het vorige.
Wever erkende dat hij niet precies kan aangeven waarom het eerdere project destijds niet is voortgezet.
“We weten niet precies wat er toen is gebeurd waardoor het project niet is doorgegaan. Ik begrijp dat er een verandering in de samenwerking was en dat andere omstandigheden mogelijk een rol hebben gespeeld, maar ik kan op dit moment geen specifieke reden noemen.”
Op de vraag van Laclé of hij er werkelijk in gelooft dat het huidige project gerealiseerd kan worden, antwoordde Wever overtuigend.
“Ja. Ik ben er volledig van overtuigd dat dit een haalbaar project is.”
Volgens de minister is een belangrijk verschil dat het pand niet als een op zichzelf staand project wordt behandeld. De regering koppelt de ontwikkeling aan een bredere vernieuwing van het gebied rond Columbusstraat en Wilhelminastraat.
“Deze keer gaan we het hele gebied van de Columbusstraat vernieuwen, vanaf de parkeerplaats van El Gaucho tot ongeveer bij Circa Tanchu.”
Wever zei dat het gebied te lang verwaarloosd is geweest en dat de regering het opnieuw aantrekkelijk wil maken. Vooral Wilhelminastraat biedt volgens hem kansen, omdat daar al meerdere restaurants gevestigd zijn en het voormalige tankstation deel kan worden van een bredere culinaire ontwikkeling.
“De locatie is uniek. Het is een mooie plek, het gebouw heeft historische waarde en ik ben ervan overtuigd dat een dergelijk project zal bijdragen aan de diversiteit en revitalisering van het centrum.”
Een ander verschil is volgens Wever de formele procedure waarmee een ontwikkelaar wordt geselecteerd. De regering volgt daarbij de regels uit het Didam-arrest, die vereisen dat publieke eigendommen op transparante wijze worden aangeboden.
Geïnteresseerden hebben tot 18 september om hun voorstel in te dienen. Daarna beoordeelt een commissie alle aanbiedingen, worden de enveloppen in aanwezigheid van een notaris geopend en krijgen de voorstellen een score.
“Daarna zal een commissie alle voorstellen beoordelen. De enveloppen worden geopend in aanwezigheid van een notaris.”
Volgens Wever moet de commissie ongeveer vier weken na de deadline met een advies komen, waarna de regering verder kan met het verlenen van het erfpachtrecht.
Laclé bleef doorvragen over de planning en wilde weten hoe snel het project daadwerkelijk werkelijkheid kan worden.
Wever gaf aan dat het formele traject meer tijd vergt dan alleen de eerste beoordeling.
“Realistisch gezien zou de formele verlening van het erfpachtrecht mogelijk rond het midden van volgend jaar kunnen plaatsvinden.”
Het gesprek in Noticiacla LIVE legde daarmee de kern bloot: er is deze keer een formeler proces en een breder ontwikkelingsplan, maar de regering zal nog moeten bewijzen dat de aankondiging ook werkelijk tot uitvoering leidt.
Na een eerdere poging voor hetzelfde gebouw die niet van de grond kwam, ligt de uitdaging voor de huidige regering niet alleen in het presenteren van een aantrekkelijk plan, maar vooral in het aantonen dat het deze keer daadwerkelijk verder komt dan papier.