DEN HAAG — Ongeveer een kwart van de ingediende sets Kamervragen in de Tweede Kamer bevat sporen van kunstmatige intelligentie. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS naar 2.500 documenten met ruim 28.000 afzonderlijke Kamervragen.
Het gebruik van AI neemt toe. In het afgelopen halfjaar bevatte 26 procent van de Kamervragen AI-sporen, tegenover 17 procent in het halfjaar daarvoor.
De mate van AI-gebruik verschilt. Soms lijkt AI alleen te zijn gebruikt om vragen scherper te formuleren, terwijl andere teksten volgens AI-detector Pangram grotendeels of volledig door AI zijn gegenereerd.
Deskundigen vinden het gebruik van AI niet per definitie problematisch, zolang Kamerleden zelf verantwoordelijk blijven voor de inhoud en de informatie controleren. AI kan helpen bij het doorzoeken van documenten, samenvatten en sneller formuleren van vragen.
Er zijn wel risico’s. Vooral wanneer Kamerleden AI inzetten bij dossiers waar zij zelf weinig kennis van hebben, bestaat het gevaar dat fouten worden overgenomen of dat te veel van het eigen denkproces wordt uitbesteed.
Verschillende Kamerleden hebben inmiddels bevestigd AI te gebruiken voor onderzoek, tekstverkorting, spelling en formulering. Zij benadrukken dat zij zelf verantwoordelijk blijven voor wat uiteindelijk in de Kamer wordt ingebracht.
Ook AI-detectie is niet foutloos. Menselijk geschreven tekst kan soms ten onrechte als AI-tekst worden aangemerkt.
De kern van de discussie is daarom niet alleen óf politici AI gebruiken, maar vooral hoeveel van hun eigen politieke en democratische denkwerk zij eraan overlaten.