ORANJESTAD — Het Arubaanse Parlement heeft tijdens het parlementaire jaar 2025-2026 duizenden vragen aan de regering gesteld, maar meer dan de helft daarvan was aan het einde van de periode nog altijd niet beantwoord.
Volgens het officiële overzicht van het Parlement hebben Statenleden 4.595 schriftelijke vragen ingediend. De regering beantwoordde er 1.979, terwijl 2.616 vragen onbeantwoord bleven. Dat komt neer op ongeveer 57% van alle ingediende vragen.
De cijfers zetten de controlerende taak van het Parlement nadrukkelijk in de schijnwerpers. Een parlementaire vraag kan betrekking hebben op overheidsuitgaven, gezondheidszorg, justitie, infrastructuur, onderwijs of ieder ander beleidsterrein van de regering. Wanneer een antwoord uitblijft, blijft ook de parlementaire controle onvolledig.
Het Statenlid met de meeste onbeantwoorde vragen was Edgard Vrolijk, met 516. Evelyn Wever-Croes had 495 onbeantwoorde vragen, Rocco Tjon 377, Hendrik Tevreden 211 en Dangui Oduber 164. Zij zijn allen lid van de MEP.
Er zijn ook gevallen waarin geen enkele vraag van een Statenlid werd beantwoord. Bij Muzaninn Tromp staan 221 ingediende vragen geregistreerd, waarvan alle 221 onbeantwoord bleven. Carlos Bermudez diende 76 vragen in en ook deze bleven allemaal onbeantwoord.
Het document bevat bovendien een interne afwijking die het vermelden waard is. De tabel met vragen per Statenlid vermeldt 4.595 vragen, waarvan 1.979 beantwoord en 2.616 onbeantwoord. De daaropvolgende tabel, waarin de vragen per ministerie worden uitgesplitst, vermeldt echter een ander totaal: 4.596 vragen, waarvan 1.810 beantwoord en 2.614 onbeantwoord.
Los van deze administratieve afwijking laten beide tabellen hetzelfde probleem zien: duizenden parlementaire vragen kregen geen antwoord.
Nu het Parlement aan een nieuw parlementair jaar begint, ligt de uitdaging niet alleen bij Statenleden om vragen te stellen, maar ook bij de regering om die tijdig te beantwoorden.