ORANJESTAD – MEP-fractievoorzitter Evelyn Wever-Croes stelt dat een analyse van twee Nederlandse hoogleraren staatsrecht ernstige vraagtekens zet bij de voorgestelde Rijkswet HOFA. Volgens haar noemt het rapport drie fundamentele constitutionele bezwaren tegen de wet.
Ten eerste zou het tijdelijke karakter van het financiële toezicht niet juridisch zijn gegarandeerd. Hoewel HOFA als tijdelijk wordt gepresenteerd, heeft Aruba geen wettelijke mogelijkheid om het toezicht eenzijdig te beëindigen, omdat de uiteindelijke beslissing bij de Rijksministerraad ligt.
Daarnaast stelt Wever-Croes dat artikel 38 in strijd is met de constitutionele verhoudingen binnen het Koninkrijk, omdat het de Rijksministerraad bevoegdheden geeft die volgens de analyse niet passen binnen het staatsrechtelijk systeem. Volgens haar kan dit de deur openen voor verdere inmenging in de autonome bevoegdheden van Aruba.
Tot slot betwijfelt zij of er daadwerkelijk sprake is van vrijwillige consensus. Volgens de analyse onderhandelde Aruba onder financiële druk en kan een bestuursakkoord van een eerdere regering toekomstige regeringen of het parlement niet binden.
Wever-Croes concludeert dat deze juridische en academische argumenten een belangrijke rol moeten spelen in het parlementaire debat en waarschuwt dat aanneming van HOFA in de huidige vorm de autonomie, constitutionele positie en democratische legitimiteit van Aruba kan aantasten.