ORANJESTAD - SEPPA heeft de werknemers van Serlimar en eigendommen van het volk verkocht. Zo reageert de vakbond Sindicato di Trahadonan di Aruba (STA) op de ontwikkelingen met betrekking tot het nationale vuilophaal- en verwerkingsbedrijf. Volgens STA-voorzitter Diego de Cuba zou de SEPPA na de recente staking op 5 december van de medewerkers Serlimar met de overheid aan tafel gaan zitten om tot een akkoord te komen, maar daar is niets van terecht gekomen. Volgens De Cuba is er geen sprake van een overeenkomst tussen de SEPPA en de overheid.
FASTBALL
"SEPPA heeft de werknemers van Serlimar een “fast ball” toegespeeld, want het document dat op 5 december 2016 is getekend door ministers M.E. de Meza, O.B. Sevinger en R.A. Arends is niet meer dan een bevestiging dat de overheid samen met SEPPA de verkoop voorbereidt van het nationale bezit, Serlimar sui generis aan de belangrijkste sponsor van de regerende politieke partij.” Volgens de STA subsidieert de overheid Serlimar jaarlijks met 16 miljoen florin. “Dit is een deel van het belastinggeld dat de Arubaanse werknemers afdragen aan de kas van de overheid,” stelt De Cuba.
PROCES-VERBAAL
De Sindicato di Trahadornan di Aruba (STA) heeft in februari 2014 met de leiding van Serlimar en de Landsbemiddelaar een proces-verbaal ondertekend, waarin de STA is erkend als de vertegenwoordiger van de werknemers van Serlimar Sui Generis. Destijds heeft de STA door tussenkomst van de landsbemiddelaar een referendum aangevraagd en toen is duidelijk geworden dat er geen referendum nodig was als de leiding van Serlimar zou accepteren dat de STA de medewerkers vertegenwoordigt. Dat is destijds door middel van het proces-verbaal ook gebeurd.
VERGADERING SPA EN REGERING
"Om deze reden heeft de SPA een spoedvergadering aangevraagd met de ministers, gezien de recente publieke uitlatingen dat men de vuilstortplaats (de dump) te Parkietenbos gaat sluiten.” Volgens de STA is sluiting niet nodig “als men alsnog het vuilverwerkingssysteem zou gaan gebruiken waar de huidige regering van had besloten dat men daar niet meer in wilde investeren en in plaats daarvan besloot het bedrijf “Bouldin & Lawson” voor de rechter te bevechten.”