Uitdaging voor Curacao en St Maarten om aan voorwaarden Rijkswet Financieel Toezicht te voldoen

Uitdaging voor Curacao en St Maarten om aan voorwaarden Rijkswet Financieel Toezicht te voldoen

Posted on 8/18/2014, 5:38 PM AST | Updated on 8/18/2014, 5:40 PM AST

Willemstad / Philipsburg – Als onderdeel van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen werd in 2006 een schuldsanering overeengekomen tussen Nederland en de entiteiten van de Nederlandse Antillen. Als gevolg hiervan konden Curaçao en Sint Maarten hun nieuwe staatkundige status ingaan met een gezonde financiële startpositie. Tegelijkertijd werden de nieuwe landen echter gebonden aan een aantal begrotingsnormen zoals vastgesteld in de Rijkswet Financieel Toezicht. Een evaluatie van de ontwikkelingen in de openbare financiën van Curaçao en Sint Maarten laat zien dat het begrotingsbeleid in beide landen primair gericht is geweest op het voldoen aan deze begrotingsnormen.

De ontwikkelingen in de openbare financiën van Curaçao in 2013 stonden voornamelijk in het teken van de maatregelen die de overheid moest nemen om te voldoen aan de aanwijzing die Curaçao in 2012 van de Rijksministerraad had gekregen. Deze maatregelen bestonden uit onder andere de introductie van de Basisverzekering Ziektekosten en de verhoging van de AOV leeftijd van 60 naar 65 jaar. Het doel van deze hervormingen was om de overheidsuitgaven aan de sociale voorzieningen en de gezondheidszorg te beteugelen. Een andere maatregel die de overheid had genomen was de differentiatie van het tarief van de omzetbelasting. Ofschoon deze maatregelen een negatief effect op de reële BBP groei van Curaçao hebben gehad, hebben ze geleid tot een verbetering van de overheidsfinanciën. Na een begrotingstekort van NAf.35,5 miljoen in 2012, registreerde de overheid van Curaçao een begrotingsoverschot van NAf.82,5 miljoen in 2013.

In het geval van Sint Maarten was het een uitdaging voor de overheid om in 2013 een evenwichtige begroting te presenteren. In feite beschikt het land niet over het personeel en de financiële middelen om een volwaardig overheidsapparaat te ontwikkelen. De begroting van 2013 werd pas op 16 september 2013 goedgekeurd waardoor verschillende beleidsinitiatieven niet of met vertraging werden uitgevoerd. In 2013 registreerde Sint Maarten een begrotingstekort van NAf.4,9 miljoen. Hoewel het tekort in 2013 lager was dan het tekort van NAf.23,2 miljoen in 2012, betekent dit wel dat het Sint Maarten in beide jaren niet is gelukt om zich te houden aan de regel van een evenwichtige begroting.

Ondertussen liggen uitdagingen op het gebied van de openbare financiën in het verschiet. Als gevolg van de vergrijzing, dient de overheid van Curaçao de inefficiënties in de gezondheidszorg, die thans een hoge druk uitoefenen op de overheidsbegroting, te verminderen. Bovendien dienen de operationele kosten van het overheidsapparaat te worden verlaagd. In het geval van Sint Maarten dient de overheid de noodzakelijke capaciteit te creëren om de openbare taken effectief uit te kunnen voeren, waaronder de belastingadministratie. Hoewel er op Sint Maarten sprake is van economische groei, lopen de belastinginkomsten achter op de groei. Sint Maarten heeft met andere woorden ruimte om meer belastinginkomsten te genereren. Dit kan echter alleen indien het land over de noodzakelijke capaciteit beschikt.

Tegelijkertijd dient een hernieuwde ongecontroleerde opbouw van overheidsschuld in de toekomst te allen tijde te worden voorkomen. Recentelijk hebben beide landen obligaties uitgeschreven om overheidsinvesteringen te financieren. Wegens de lopende inschrijving zijn de financieringskosten voor overheidsinvesteringen thans lager dan onder normale omstandigheden, wat gunstig is voor de openbare financiën. In de Rijkswet Financieel Toezicht is het belangrijkste mechanisme om de ongecontroleerde opbouw van toekomstige schuld te voorkomen de rentelastnorm. Deze norm stelt een jaarlijks renteplafond vast van 5% van de gemiddelde overheidsinkomsten in de voorafgaande drie jaar. De schuldquote, die een belangrijke indicator is van het vermogen van een land om aan zijn schuldverplichtingen op de lange termijn te voldoen, wordt onder de huidige regeling niet in beschouwing genomen. Ofschoon de schuldquote van zowel Curaçao als Sint Maarten relatief laag is, zou het in het huidige klimaat van lage rente snel kunnen toenemen. Dit komt vooral omdat de groei van het BBP in beide landen zwak is. Om de schuldquote op een beheersbaar niveau te houden van minder dan 40% van het BBP, dient de schuldopbouw van de overheid de groei van het BBP niet te overtreffen.