Autohandelaar beschuldigd van fraude bij verkopen van Porsche

Autohandelaar beschuldigd van fraude bij verkopen van Porsche

Posted on 3/3/2016, 5:52 PM AST | Updated on 3/3/2016, 9:08 PM AST

ORANJESTAD – Een grote autohandelaar die een bepaald merk auto aanbiedt, moet ook de officiële dealer van dat merk zijn. Woensdagmiddag troffen de bekende zakenman Rene Kan en Garage Centraal/GTI elkaar voor de groene tafel, waarbij Kan de autodealer beschuldigde van fraude, nu men zich ten onrechte presenteert als officiële Porsche-dealer. Inzet van de rechtszaak is dat de autohandelaar wordt opgedragen Kan zijn geld terug te geven, maar voor Kan zelf is de hoofdzaak dat dergelijke illegale praktijken in Aruba een halt worden toegeroepen. ‘Ik doe deze zaak ook voor de mensen die geen advocaat kunnen betalen, als ze gemanipuleerd worden door een autodealer,’ aldus Kan aan NoticiaCla.com na afloop van de behandeling van de rechtszaak. GARAGE KON AUTO NIET REPAREREN De zaak dateert uit 2014, toen de inmiddels 2 jaar oude Porsche Cayenne SUV naar de garage van de dealer werd gebracht met een technisch mankement. De volgende dag kreeg Kan de auto retour en bleek dat de dealer het probleem niet kon verhelpen. Toen Kan contact opnam met Porsche Latin America, bleek dat zijn auto niet officieel in het registratiesysteem voorkwam. Tijdens rechtszitting toonde kan een brief van Porsche, waaruit inderdaad blijkt dat Garage Centraal/GTI geen officiële dealer is. Toen Kan hierover zijn beklag ging doen bij de Arubaanse autodealer, werd als verweer gevoerd dat men het merk wel een tijdje had gevoerd, maar dat men daar mee was gestopt omdat het niet rendabel bleek. RECHTER ROEPT ADVOCAAT TOT DE ORDE Tijdens de behandeling van de rechtszaak op woensdag gaf de advocaat van de autodealer, Rick Samuels, op een bepaald moment toe dat zijn cliënt inderdaad geen officiële Porsche-dealer is, maar dat men bereid is om tot een oplossing in deze zaak te komen. Wel probeerde Samuels te betogen dat GTI en niet Garage Centraal partij is en stelde hij dat Kan 30 maanden lang in de auto had gereden, hem kapot heeft gemaakt en toen problemen zocht. Ook heeft het bedrijf volgens Samuels aangeboden de auto tegen een speciale prijs te repareren of terug te kopen tegen de dagwaarde, maar Kan zou beide aanbiedingen hebben verworpen. Uiteindelijk heeft de rechter de raadsman tot de orde geroepen en gevraagd of hij de vordering van Kan wel begreep: ‘Als iemand bij een groot bedrijf, zoals dat van uw cliënt, een auto koopt, mag hij er van uitgaan dat het bedrijf ook de officiële dealer is. Dat is anders wanneer je een auto ‘onder een boom’ koopt. Moet meneer Kan zelf nagaan of u een officiële dealer bent iedere keer als hij een auto koopt?’ AANKOOP AUTO Toen Kan tijdens de zitting het woord kreeg, vertelde hij dat hij de Porsche voor zijn vrouw had gekocht op verzoek van de verkoper van Garage Centraal, Tony Hartman. Deze had hem destijds gezegd dat het een goede reclame voor de dealer zou zijn als de vrouw van Kan een dergelijke auto zou rijden. ‘Daarom heb ik de auto gekocht,’ aldus Kan, ‘de andere auto van mijn vrouw was nog goed.’ VERDEDIGING WERD PERSOONLIJK De advocaat van Garage Centraal werd vervolgens persoonlijk en stelde dat Kan in deze zaak misbruik maakt van het feit dat hij een bekende persoon is. Als het om iemand anders zou gaan, was de zaak nooit zover gekomen. Mich Biegstraten, eigenaar van de zaak vulde aan: ‘We verkopen 1000 auto’s per jaar. Nooit ervaren klanten problemen. Nu hebben we met Kan wel problemen. Iets klopt er niet. We hebben geprobeerd hem op alle manieren te helpen, maar hij wilde dat niet.’ Kan gaf aan dat hij een dergelijke verdediging discutabel vond: uiteindelijk gaat het erom dat de autodealer fraude heeft gepleegd door zich voor te doen als officiële Porsche-dealer, en niet om het feit of hij een bekende zakenman is. Voor Kan is het een principekwestie geworden en is het belangrijk dat dergelijke praktijken worden gestopt. Op de vraag van de rechter of de dealer bereid is Kan de aankoopprijs (en niet de dagwaarde) van de auto te vergoeden werd negatief geantwoord. De rechter doet op 13 april uitspraak.