ORANJESTAD – In het eindrapport van het CFT, waar NoticiaCla.com een blik op mocht werpen, staat kritiek op het voornemen van de overheid om de opbrengsten van de transactietax in een apart fonds te stoppen en dit te gebruiken ter financiering van de PPP-projecten. Het CFT is geen voorstander van een apart fonds, omdat hiermee (wederom) een deel van de collectieve uitgaven van de landsbegroting worden afgevoerd en apart wordt gesteld. Hierdoor komt volgens het CFT een integrale prioriteitenstelling van de overheid in gevaar. Volgens het CFT is het ook niet voldoende duidelijk wat de gevolgen zullen zijn van een belasting op financiële transacties. Het CFT raadt dan ook de overheid dit eerst goed te onderzoeken, en na te gaan wat de mogelijke negatieve gevolgen kunnen zijn, voordat een dergelijke stap wordt genomen.
Het CFT komt tot oordeel dat de begroting 2014 niet realistisch is en dat er een aantal wijzigingen nodig is om de cijfers overeen te laten komen met de realiteit. Doorvoering van deze wijzigingen houdt wel in dat de schuldquote in 2014 oploopt naar 80.7%. Het CFT verwacht ook dat na een initiële daling van de tekortcijfers tot aan 2018 (door de te nemen maatregelen en bezuinigingen) het beeld weer zal omslaan als gevolg van de indexering van lonen en salarissen, de autonome groei van personeelskosten en rente, de zorguitgaven (AZV) en de PPP-constructies. Het CFT stelt dat de ontvangsten vanaf dat moment de uitgavengroei niet meer kunnen bijhouden, waardoor het tekort als percentage van het BBP weer gaat toenemen.
Volgens het CFT gaat – zonder additionele maatregelen - het tekort in 2020 weer boven de 4% uitkomen en verder stijgen: “Dit alles onder de veronderstelling dat de maatregelen zoals die zijn voorgenomen in de begroting 2014 ook inderdaad volledig ten uitvoer komen en onder de veronderstelling dat de groei van het nominale BBP constant op 3% per jaar ligt.”
Het CFT signaleert echter dat deze maatregelen slechts een tijdelijk effect zullen hebben en onvoldoende zijn “om de trend te keren.” Dat komt omdat de groei van de schuld volgens het CFT als het ware wordt vertraagd, maar na enkele jaren wordt ingehaald door de autonome groei van de personeelskosten, rente en goederen en diensten. Daarom is het volgens het CFT van groot belang dat de begroting structureel in de pas wordt gebracht, door de autonome uitgavengroei achter te laten lopen bij de nominale groei van de economie, door onder andere “het aantal ambtenaren fors in te perken en de autonome prijscomponent in de loonontwikkeling aan te pakken. Doordat de renteuitgaven en de lonen en salarissen harder stijgen dan het prijspeil ontstaat een structureel gezien onhoudbare situatie.”