ORANJESTAD - "De waarde en erkenning van Arubaanse diploma's lopen geen enkel gevaar," stelt minister Michelle Hooyboer-Winklaar van Onderwijs in een reactie op een artikel van noticiacla.com van afgelopen maandag. In het bewuste artikel staat dat het bestuur van Colegio Arubano (SMOA) bezorgd is dat bij het uitblijven van maatregelen de HAVO- en Vwo-diploma’s over enkele jaren niet meer aansluiten op Nederlands vervolgonderwijs. De minister betreurt deze berichtgeving, die uitsluitend is gebaseerd op een brief van de SMOA en die verder niet is geverifieerd bij de Arubaanse of Nederlandse overheid of enige Nederlandse universiteit. De bewindsvrouwe vindt het optreden van het bestuur laakbaar, omdat er verkeerde informatie is verschaft, die onnodige paniek veroorzaakt bij zowel leerlingen als ouders. Hooyboer-Winklaar ziet deze actie als een afleidingsmanoeuvre, waarmee het bestuur de aandacht wil afleiden van het feit dat men de deur van Colegio Arubano wil sluiten voor nog meer MAVO-leerlingen, aldus het perscommuniqué dat als reactie op het bericht is uitgegeven. Hiermee zijn de problemen tussen partijen nog niet opgelost.
De erkenning en waarde van de diploma's staan volgens het persbericht niet ter discussie en de aanscherping van de exameneisen wordt op een verantwoordelijke wijze begeleid. Het Nederlandse ministerie van Onderwijs (OCW) heeft zich in een voorlopige reactie positief uitgelaten over de stappen die Aruba al heeft gezet en nog zal nemen om de gelijkwaardigheid van de diploma's te garanderen.
Het protocol dat Aruba in 2012 met Nederland heeft gesloten betreft verschillende aspecten van het onderwijs. "Aruba was destijds het enige (ei)land in het Koninkrijk dat een dergelijk protocol had getekend. Aruba stelde zich hiermee proactief op en liet zien dat de kwaliteit van het onderwijs een serieuze zaak is. Ondertussen heeft ook Sint Maarten een soortgelijk protocol getekend. Aruba en Nederland hebben afgesproken dat de noodzakelijke wijzigingen in fasen zullen worden doorgevoerd, om Aruba de tijd te geven om na te gaan wat er precies moet worden aangepast en op welke wijze dan kan gebeuren."
Volgens de minister heeft de Directie Onderwijs in november 2013 een deel van de wijzigingen in het kader van de aanscherping exameneisen HAVO/VWO bekend gemaakt. In de betreffende brief is ook aangegeven wat precies de wijzigingen zijn en welk tijdpad moet worden aangehouden. Ter begeleiding van het proces is een AVO-commissie ingesteld, waarin de verschillende partners hun inbreng kunnen geven. In de AVO-commissie hebben vertegenwoordigers van het Examenbureau, de afdeling Curriculum, de avond-HAVO, Colegio San Nicolas en Colegio Arubano zitting. In juni zijn de bevindingen van deze commissie aan de minister van Onderwijs gepresenteerd. De minister heeft deze bevindingen overgenomen en deze op 26 juni doorgestuurd naar de directeur-generaal van OCW. In afwachting van een officiele reactie heeft de minister al verschillende videoconferenties gehouden met de Nederlandse gesprekspartners. Tijdens die gesprekken bleek dat men van Nederlandse zijde positief is over de stappen die in Aruba worden genomen. Aan verzoeken om aanvullende informatie is door Aruba inmiddels voldaan. Het Ministerie van OCW heeft vooruitlopend op het officiele antwoord - dat in de komende dagen wordt verwacht - al groen licht gegeven voor de Arubaanse aanpak.
"Wij begrijpen dat het bestuur van Colegio Arubano dat al deze commotie heeft veroorzaakt, de afspraken die in de AVO-commissie zijn gemaakt niet respecteert en evenmin de communicatielijnen die we hanteren. Ze willen meer invloed op de besluitvorming en zoeken direct contact met de minister van Onderwijs en zelfs met het Nederlandse Ministerie van OCW," vervolgt het perscommunique. De minister heeft het schoolbestuur inmiddels een brief gestuurd waarin zij hen in deze 'op hun plaats wijst': het bestuur speelt een belangrijke rol als een van de stakeholders in het proces, maar uiteindelijk ligt de eindverantwoordelijkheid bij het Ministerie van Onderwijs van Aruba.
De minister verwijst de SMOA naar hun eigen vertegenwoordigers in de AVO-commissie voor de nodige informatie over de stand van zaken en afspraken. Ook geeft de minister het bestuur het advies om intern goede afspraken te maken over communicatie en het uitdragen van informatie, nu met deze gang van zaken de stellige indruk wordt gewekt dat men intern niet op een lijn zit.
"Colegio Arubano heeft de nadruk gelegd op het percentage studenten dat slaagt en dat een vervolgopleiding in Nederland gaat doen en heeft dit gekoppeld aan het niveau van de leerlingen als zij op Colegio beginnen. Dus hoe hoger het niveau van de leerling bij binnenkomst, hoe groter de kans dat zij slagen en een vervolgopleiding gaan doen in Nederland. Wij vinden dat alle leerlingen met potentieel een kans moeten krijgen en dat is de taak van Colegio Arubano. Als Colegio zich gaat inspannen om de jongeren zo goed mogelijk voor te bereiden tijdens hun verblijf op de school, zullen meer leerlingen succesvol zijn. Als school die met publieksgelden wordt gefinancieerd, kan hier niet in zijn eentje over beslissen en moet werken in het algemeen belang van ons land." Aldus de minister in haar communique.