ORANJESTAD - Leerkracht Sugail Croes, in de gemeenschap bekend als 'juffrouw Suki', heeft vandaag haar rechtszaak tegen de minister van Onderwijs, Michelle Hooyboer-Winklaar gewonnen. De zaak is twee jaar geleden begonnen en is met het vonnis, dat een jaar op zich heeft laten wachten, afgerond. De rechter deed uitspraak in het voordeel van Croes, door te oordelen dat de noodzaak voor het opleggen van een verplicht begeleidingstraject aan Croes onvoldoende was gemotiveerd.
DE ZAAK
De zaak begon in februari 2015 toen een ouder had geklaagd dat juffrouw Suki zijn kind zou pesten. De zaak kreeg veel publiciteit en veroorzaakte een golf van reacties uit de gemeenschap. De kwestie werd in eerste instantie intern opgelost, maar kreeg een andere wending toen er allerlei maatregelen aan de leerkracht werden opgelegd. De onderwijsvakbond SIMAR ging zich ermee bemoeien en steunde de leerkracht, maar trok uiteindelijk zijn handen van de zaak af. De leerkracht veranderde van advocaat en begon een rechtszaak tegen de maatregelen die aan haar waren opgelegd. De maatregelen die bij beschikking van 20 maart 2015 door de Dienst Publieke Scholen namens de minister werden genomen waren: 5 werkdagen schorsing, een andere functie voor de rest van het schooljaar en de verplichting een begeleidingstraject te volgen vanwege haar opvliegendheid. De overheid had op 13 april 2015 een onderzoekscommissie ingesteld, die tot de conclusie kwam dat Croes ten aanzien van een van haar leerlingen niet-pedagogisch had gehandeld. In juni 2015 kwam er een nieuwe beschikking van de minister en werden alle maatregelen ingetrokken, behalve de verplichting een begeleidingstraject te volgen. De rechter concludeerde hieruit dat de minister het met het oordeel van de commissie eens was. De zaak is gedurende 2015-2016 in een tijdsbestek van een jaar vier keer voor geweest. De laatste keer was in juni 2016. De uitspraak van de rechter heeft dus een jaar op zich laten wachten.
OORDEEL RECHTER
De rechter was van oordeel dat de maatregel kennelijk niet was ingegeven door de wijze waarop Croes jegens de betrokken leerling had gehandeld, maar vanwege het in de ogen van de commissie opvliegende karakter van Croes, zoals dat vooral tot uiting was gekomen in de bejegening van de vader van de leerling. De rechter was van mening dat de noodzaak voor het opleggen van een verplicht begeleidingstraject op het gebied van woedebeheersing onvoldoende was gemotiveerd: "dat ook enkele collega's over haar spreken als 'iemand met een kort lontje (...) rechtvaardigt op zichzelf nog niet de conclusie dat bij klaagster sprake is van 'probleemgedrag' waarbij gedwongen begeleiding op zijn plaats is. Dat de vermeende karaktereigenschap van klaagster meer dan slechts incidenteel tot een mogelijk onheuze bejegening van een leerling of ouder heeft geleid, kan uit de bevindingen van de commissie niet met voldoende zekerheid worden afgeleid." De rechter achtte daarom de bezwaren van Croes tegen de beschikking van de minister gegrond en veroordeelde de minister tot het betalen van de door Croes gemaakte proceskosten. Lees het vonnis HIER.